Totdat Hij komt!

Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.

1 Korinthe 11:26

Als kind vond ik Avondmaal vieren in de adventstijd altijd maar een beetje ‘vreemd’. Het Avondmaal had alles te maken met het lijden en sterven van de Heere Jezus voor zonden. Dus met Goede Vrijdag en eventueel de opstanding. Maar voor mijn gevoel toch niet met Advent. Of het moest de zinsnede uit het klassieke Avondmaalsformulier zijn, waarin staat dat onze Heere Jezus Christus “volgens de beloften die vanaf het begin aan de vaderen in het Oude Testament gedaan zijn – door de Vader in deze wereld is gezonden. Hij heeft ons vlees en bloed aangenomen …”Ja, dat had natuurlijk alles met advent en kerst te maken.

Maar ik moet eerlijk zeggen dat het me steeds dieper is gaan raken om juist in de adventstijd Avondmaal te vieren. We kijken immers niet alleen terug, het is niet alleen een gedenken, maar het is ook verkondiging en verwachting. En meer en meer ben ik gaan beseffen dat ook die verwachting aan het Avondmaal gevoed en versterkt wil worden.

Zowel in Mattheüs als in Lukas zegt Jezus tegen Zijn discipelen – en tegen ons – “Ik zal van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader”. Paulus vertaalt door wat Jezus met deze woorden bedoelt in 1 Korinthe 11: “… totdat Hij komt”. Hoelang zal de gemeente in Woerden het Avondmaal nog vieren? Hoe vaak zal ík het nog vieren? Wij antwoorden niet: ‘zolang er hier een kerk staat’ of ‘zolang mijn gezondheid het toestaat om deel te nemen’. Nee, totdat Híj komt; totdat we Hém zullen ontmoeten, die ons liefheeft en alles voor ons gegeven heeft.

Juist aan het Avondmaal leren we bidden: “Uw Koninkrijk kome”. Nadat we zelf het stukwerk van ons geloven, hopen en liefhebben in ons gebed bij God hebben gebracht. De gebrokenheid, de barsten en de scheuren die door onze levens, gemeenten en wereld lopen. Dan mogen we door brood en wijn – naast het geloof en de liefde – ook de hoop laten versterken.

Zo zijn we als pelgrims onderweg. Gaan we van kracht tot kracht en van Avondmaal tot Avondmaal steeds voort. Totdat Hij komt. Totdat we de nieuwe wijn zullen drinken met Hem in het Koninkrijk van God. Van Ruler zegt: denk erom, dat we nu de nieuwe wijn niet gaan vergeestelijken. Er zullen straks nieuwe wijnstokken groeien en er zal nieuwe wijn geperst worden van buitengewone kwaliteit: zo koosjer en kostelijk als we die niet eerder proefden. Natuurlijk gaat het daarbij niet om de nieuwe wijn op zich, maar om de nieuwe wijn met Hem. Waarbij de gemeenschap met Christus en met elkaar niet langer gestoord zal worden door de (gevolgen van de) zonde. Maranatha: onze Heer, kom!