Ontmoeting

Kunnen wij bieden:
aandacht zonder betutteling,
respect zonder vrijblijvendheid,
ruimte zonder anonimiteit,
leiderschap zonder machtsmisbruik,
openheid zonder grenzeloosheid,
geborgenheid zonder inkapseling,
betrokkenheid zonder opdringerigheid,
warmte zonder verstikking?

Naar Piet Schelling, in: Verbinding en aandacht, nieuwe wegen voor het gemeentepastoraat

Het is misschien wel het beste wat de christelijke gemeente te bieden heeft: belangeloze aandacht voor de mens en zijn of haar ziel. Geen behandelplan, geen patiëntendossier, geen verzekering, geen multidisciplinair team, geen wetgeving. Gewoon er zijn, ruimte voor het verhaal. Elkaar opzoeken, elkaar zien, elkaar horen. Het kan op allerlei manieren, op allerlei momenten, op allerlei plekken. Een blik, een hand op de arm, een raak woord, ‘ik begrijp het’, stilte.

Tegelijkertijd is er grote verlegenheid als het gaat om het georganiseerde pastoraat. Bij elkaar op bezoek gaan met het oog op het geloofsgesprek is niet langer een vanzelfsprekend onderdeel van het christelijke leven. Ja, de predikant is overal welkom, maar de behoefte aan een huisbezoek door andere ambtsdragers of daarvoor aangewezen gemeenteleden wordt steeds kleiner. Er zijn meestal ook veel vacatures wat dat betreft. Voor veel gemeenten in de Protestantse Kerk is het aanleiding zich intensief te bezinnen op de toekomst van het pastoraat. Ook bij ons is dat zo.

In een van de brochures die de Protestantse Kerk ten behoeve van die bezinning beschikbaar heeft gesteld, vond ik bovenstaande tekst. Acht zinnen die het pastoraat typeren. Lees alleen de eerste woorden eens: aandacht, respect, ruimte, leiderschap, openheid, geborgenheid, betrokkenheid, warmte. Acht woorden die ruimte scheppen. Acht stokken waar je de tent van het pastoraat mee overeind houdt. Acht bakens om koers te houden in de gemeente. Acht dingen waar een mens van opknapt, waar we van tijd tot tijd allemaal naar verlangen.

De ruimte die deze acht woorden oproepen is niet onbegrensd. Zo versta ik het tweede deel van die acht zinnen. Het is aandacht zonder betutteling en respect zonder vrijblijvendheid, enzovoort. Ik denk dat we allemaal wel eens hebben ervaren dat de eerste woorden van de acht zinnen en de laatste woorden soms heel dicht bij elkaar liggen. Zomaar ga je te ver, en zomaar ontbrak je de moed om de ander zo serieus te nemen dat je ook dat moeilijke durfde te zeggen. Tegelijkertijd herinneren we ons ook de momenten dat het wél raak was, dat het precies klopte, dat gezegd en gedaan werd wat gezegd en gedaan moest worden.

De acht zinnen vormen ook een gebed. Een gebed om ruimte – ruimte om elkaar te ontmoeten, ruimte waar van alles kan en niets moet. En een gebed om precisie, onderscheidingsvermogen, alertheid, gevoel van urgentie. Beide zijn nodig. In het pastoraat en in het nadenken over pastoraat.

Ds. Jan Willem Stam