Een ziel als dorstig land

Mijn ziel ligt voor U als een dorstig land

Psalm 143:6b

Wat was het droog de afgelopen zomer. Onze tuin staat na de laatste herfstregens inmiddels vol met paddenstoelen. Maar deze zomer ontstonden er scheuren in het gras. Alsof de droge grond zichzelf opende, smachtend naar water. David heeft dat in het warme Midden-Oosten ongetwijfeld vaak zien gebeuren. Droge grond die opensplijt bij gebrek aan water. Alsof de aarde zich opent, vragend om neerslag. Een beeld dat David verwerkt in zijn Psalmen. In Psalm 63: “Mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder water”. En in Psalm 143. De Naardense Bijbel vertaalt kort en kernachtig: “Mijn ziel, dorre grond, smacht naar U”.

Die droge, gescheurde grond weerspiegelt voor David wat er in hem gebeurt. Zijn ziel staat droog. Uitgedroogd omdat hij afwijzing ervaart. Vijanden die hem achterna zitten, vervolgen zijn ziel en vertrappen zijn leven (Psalm 143:3). Misschien gaat deze Psalm wel over de periode dat hij voor Saul de woestijn in vluchtte en er niets terecht leek te komen van Gods beloften. En zijn ziel droogt uit bij gebrek aan perspectief en veiligheid. Altijd maar alert moeten zijn en waakzaam, zonder veilige plek om tot jezelf te komen. Daar raak je van uitgeput, uitgedroogd als die kurkdroge omgeving van David.

Maar droge grond opent zich. Barst open als de aarde die kreunt om een beetje neerslag. En dat is precies wat er gebeurt met Davids ziel. Zijn ziel opent zich, smachtend naar Gods nabijheid: “Mijn ziel ligt voor U als een dorstig land”.

Wat is er wereldwijd een droogte. Letterlijk, gebarsten aarde die kreunt terwijl de aarde verder opwarmt en er elders juist overstromingen ontstaan, zodat mensen voor het water op de vlucht moeten. En wat staan er een zielen droog. Van vluchtelingen en daklozen. Van mensen die lijden aan een depressie of opgebrand zijn. Van kinderen met een onveilige thuissituatie en van hangjongeren. Van mantelzorgers of mensen die weer een volgende kuur moeten ondergaan of uitbehandeld zijn.

De schepping zucht en er zuchten wat uitgedroogde zielen mee. En wij zuchten mee. Nu met Psalm 143: “Doe ons in de morgen Uw goedertierenheid horen, want wij vertrouwen op U.” God, schenk ons Uw trouwe goedheid, Uw liefde die onze ziel doet herleven. Schenk ons de vergevende en vernieuwende liefde van Jezus, die uitgedroogd aan het kruis riep: “Mij dorst!” U stond toch op uit de dood en nodigt ieder die dorst heeft om te drinken van het water van het leven – om niet. Mogen wij zo komen. Biddend, na weer een veel te lange nacht, om een nieuwe morgen. Om dat water van het leven, zodat onze ziel en Uw schepping opademt. En doe ons delen in die goedheid van U. Want water kan schaars worden. Maar goedheid en liefde worden alleen maar meer, wanneer ze gedeeld worden. Onze ziel opent zich voor U en voor elkaar.

Ds. Bastiaan Visser