Dank God!

Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk …

Filippenzen 1:3

Opvallend is de inzet van de brief aan de gemeente van Filippi. De gemeente heeft met Paulus meegeleefd toen hij in de gevangenis zat. Ze hebben Epafroditus naar hem toe gestuurd om de apostel te helpen met geld en door bij hem te zijn en hem te ondersteunen. En het doet goed als er zo naar je omgezien wordt. Je staat er niet alleen voor. Mensen om je heen, die om je geven, zijn een geschenk uit de hemel, en daar dankt Paulus voor.

Maar opvallend is, dat hij dan niet begint met te zeggen: ik dank jullie voor wat je voor mij gedaan hebt. Ja, daar komt hij ook wel aan toe. Maar hij schrijft eerst: “Ik dank mijn God”! Daarmee brengt hij de gemeente terug tot haar wezen. Ze is er niet zomaar, maar ze is er omdat de Heere Zijn werk doet. Ergens anders zegt Paulus dat ook: u bent, als gemeente, Gods bouwwerk. En het is goed om daarbij stil te staan. Zeker ook nu deze periode allerlei activiteiten weer uit de ‘zomerslaap’ ontwaken.

Als wij het over de gemeente hebben, gaat het al gauw over wat wij moeten doen. En het ís ook goed als we ons in de gemeente inzetten. Het is het bekende beeld van het lichaam: elk lid doet mee. Ieders inbreng, hoe opvallend of bescheiden ook, is even belangrijk. In het ambt of daarbuiten, voor of achter de schermen. Maar als onze inzet niet begint bij de verwondering over wat God doet, dan lopen we vast. Want dan lopen we eigen idealen na, en dat is heel vermoeiend. Dan denken we dat wij de gemeente moeten maken, naar wat ons voor ogen staat, bijna bedrijfsmatig. Paulus begint bij God. Daar begint de gemeente, want als ze daar niet begint, is ze geen gemeente van Christus meer en zal ze dat ook nooit worden.

Op de eerste dag komen we als gemeente samen, verwonderd en dankbaar om wat God doet. Vanuit de verwondering over wat we ontvangen hebben, mogen we ook weer op weg gaan, geroepen in de dienst van onze God. We mogen elkaar en anderen dienen als gemeente, niet als eigen werk, maar in Gods kracht, als gereedschap in zijn handen. Daaraan herinnert Paulus de gemeente van Filippi. Ze hebben een bijdrage mogen geven in de dienst van het evangelie, omdat God hen gebruikt. En daarom dankt hij God.

De gemeente is een geschenk, meer dan we vaak beseffen. In de gemeente mogen we op adem komen. Daar werkt God en daar heeft Hij ons een plaats gegeven. We zijn geroepen, want dat betekent letterlijk het woord gemeente. God gaf ons een plekje in Zijn werkplaats, samen met anderen. Hij heeft voor ons gekozen. Niet omdat wij zo goed zijn, maar omdat God zo goed is.

Dank God voor de gemeente. En dank God, dat u en jij daarin een plekje mogen hebben, betrokken in het werk van God. De gemeente is niet iets wat wij maken of kiezen. De gemeente is een geschenk. Denk eraan en dank ervoor!

Ds. C.J. (Jacco) Overeem