Veilige kerk

Als Gereformeerde Kerk willen we een ‘veilige kerk’ zijn.

Dat betekent dat de leden elkaar en bezoekers met respect behandelen en de mensen met speciale taken en opdrachten binnen de gemeente op integere manier hun positie vervullen. Samen met heel de Protestantse gemeente te Woerden is daartoe een actief en gedegen preventie- en integriteitsbeleid opgesteld met een gedragscode voor mensen die werken in het pastoraat en mensen die werken in het jeugdwerk. Daarnaast zijn twee vertrouwenspersonen aangesteld voor heel de Protestantse Gemeente Woerden. Wij sluiten daarbij aan bij het beleid van de landelijke Protestantse Kerk (PKN). 

Er is een gedragscode voor:

  • vrijwilligers en ambtsdrager die werken in het pastoraat
  • werkers in het jeugdwerk

Het uitgangspunt voor de gedragscode voor de mensen die werken in het pastoraat is gebaseerd op Bijbelse waarden; respect voor de ander, integriteit, betrouwbaarheid en zorgvuldigheid in de omgang met elkaar. De gedragscode is een hulpmiddel om ongewenst gedrag te voorkomen, te signaleren en bespreekbaar te maken. Zie hiervoor: omgangsregels pastoraat-gedragscode.

Merk op dat predikanten en kerkelijk werkers zijn gehouden aan hun belofte bij de bevestiging en aan hen wordt een VOG gevraagd als zij verbonden worden of in dienst treden bij de gemeente. Bovendien zullen hier aanvullende regels voor worden opgenomen in de Kerkorde.

Ook met betrekking tot betaalde en onbetaalde medewerkers die werken met kinderen en jongeren hebben we een gedragscode opgesteld. Wij vinden het belangrijk dat zij in hun gedrag rekening houden met wat wenselijk en toelaatbaar is en zich bewust zijn van de kaders waarbinnen het jeugdwerk plaats kan vinden. Zie hiervoor: omgangsregels jeugdwerk-gedragscode.

Er zijn ook twee vertrouwenspersonen in de gemeente. Daarover lees je hieronder meer.

De vertrouwenspersoon is er voor (jo)u

Gemeenteleden kunnen bij de vertrouwenspersonen terecht met hun vragen, vermoedens en meldingen als hun gevoel van veiligheid in de gemeente in het geding is. Dat betreft drie terreinen:

  • grensoverschrijdend gedrag van predikanten en andere ambtsdragers, leiders in het jeugdwerk of wie maar een functie heeft in de gemeente
  • discriminatie
  • pesten.

De vertrouwenspersonen kunnen bij vermoedens op een van deze drie terreinen binnen de gemeente ook zelf proactief iemand benaderen.

Afhankelijk van de situatie kan de vertrouwenspersoon:

  • luisteren en helder krijgen wat hij/zij ziet of aan de orde wil stellen
  • verwijzen
  • eventueel de melder bijstaan in gesprekken met anderen en bij aangiftes en klachtenprocedures.

Zij doen geen werk waar anderen in gespecialiseerd zijn. Dat betekent dat zij niet aan waarheidsvinding doen, zij gaan niet zelf op onderzoek uit, zij zijn geen therapeut, mediator, pastor of advocaat. Zij zijn ook geen aanspreekpunt voor ‘gewone’ kerkelijke conflicten. Zij staan naast het gemeentelid dat zich bij hen meldt en ondersteunen die persoon. Zij rapporteren niets aan niemand zonder toestemming van de vertrouweling.  

Andere taken van de vertrouwenspersoon

Vertrouwenspersonen zullen in de gemeente op beleids- en uitvoerend niveau met regelmaat aandacht vragen voor preventie van misbruik en alert zijn op de uitvoering van het beleid van de kerkenraad op dit terrein. 

Contact