Blog: Paastijd

Bijdrage kerkblad 29 april – We mogen leven in het licht van Pasen. Jezus is opgestaan en Hij wekt ook ons op in geloof. Toch is het wennen, het licht van Pasen.

Het daagt niet zomaar dat de Heer waarlijk is opgestaan, al zingen we dat misschien wel uitbundig en van harte. En vreemd hoeft dat niet te zijn want de harde werkelijkheid om ons heen of in ons zelf kan al weer snel een sluier werpen over de vreugde van Pasen.

Dat de vreugde van Pasen niet zomaar daagt en beklijft, vertellen ook verschillende evangelieverhalen. Het blije nieuws wordt eerst wat aarzelend en nog wat beschroomd gebracht. Zo eindigt Marcus zijn evangelie in 16:8 vol verwarring en is er een ‘beter’ slot nodig om de opstanding goed te laten klinken. Bij Mattheus wordt geprobeerd door de oudsten om het verhaal van de opstanding in de doofpot te krijgen. Bij Lucas worden de opwekkende woorden van de vrouwen eerst weggezet als kletspraat en heerst er ongeloof. Bij Johannes ontdekt Maria door haar tranen heen dat Jezus leeft, maar hoe zouden de leerlingen het kunnen geloven? En de leerlingen houden de deuren gesloten.

De Emmausgangers

Maar gaandeweg gaat het dagen, zo ontdekken de Emmaüsgangers die vol zijn van de laatste heftige dagen in Jeruzalem. En Jezus loopt met hen op. En Thomas mag zijn handen leggen in de zij van Jezus om extra tot zich te laten doordringen dat Jezus leeft.  En hier achteraan mogen we zeggen: en wij met Hem.

De Paastijd mag iets hebben van: je eigen maken dat we leven in het licht van de Opgestane Heer, en dat we op zijn weg van barmhartigheid en toewijding worden gezet. Zo wijst het slot van Mattheus 28 terug naar het begin van de levensweg van Jezus, naar Galilea. Daar is het begonnen. Of beter, daar is Hij begonnen met zijn goede nieuws. En dat legt hij nu bij zijn leerlingen neer. Zijn leven in liefde, sterker dan de dood trekt zo sporen in ons leven. Het is mooi en goed om deze weg samen te gaan. En het mag inspirerend zijn dat Gods Adem ons bezielt, zijn Geest ons aanvuurt en de wereld in waait om daar mens en medemens, een naaste te zijn, zegenend nabij.

Ds. Gertjan Robbemond