Blog: met eigen ogen mogen zien

EEN BIJDRAGE VAN DOMINEE VAN DIJKE IN HET KERKBLAD VAN OKTOBER Je hebt zo van die zondagen dat het gewoon allemaal lekker loopt. Tenminste dat vond ik, van de zomer, op een zondag in één van onze kerkgebouwen. Buiten was het 28 graden, we kerkten als wijken samen, de dominee had goed de vaart er in, de liederen nodigden uit om lekker mee te zingen, de organist had er zin in en ook het gesprekje met de kinderen lukte wonderwel. Eigenlijk bracht alleen het aansteken van het kinderlantaarntje wat oponthoud. Maar ook daar wist de dominee met wat humor zo mee om te gaan alsof het helemaal zo hoorde.

Iets wat maakte dat de bankgenoot die links van mij zat mij in het oor fluisterde: “geduld en humor zijn de kamelen waarmee je elke woestijn door kunt komen. Want wat is het warm hè … het lijkt buiten, en zo langzamerhand ook binnen, wel een woestijn!”. Door de vlot verlopende dienst had ik het tot dan toe niet zo in de gaten gehad. Maar inderdaad, het was best wel warm. Een woestijn vond ik nou ook weer overdreven, maar mensen om mij heen hadden het zichtbaar warm en daardoor begon ik het ook warm te krijgen.

De draad kwijt

Ik raakte de draad van de dienst een beetje kwijt. Misschien ook wel omdat ik het de afgelopen jaren zelf wat verleerd was om gewoon als kerkganger een dienst bij te wonen, zag en hoorde ik opeens van alles. Hier viel een pepermuntje op de grond, daar dwarrelde een kerkbrief van de bank af, een aantal mensen zat blijkbaar op een ‘kraakbank’, iemand had de kriebelhoest, buiten trok een colonne motorfietsen voorbij en precies tijdens een gebed spoedde een ambulance zich naar een noodgeval.
Ook viel me nu pas op dat de kerkzaal op de doortochtstand stond. Blijkbaar moest dat verkoeling brengen maar waar ik zat, merkte je dat niet echt. Even verderop werkte het blijkbaar wel. Misschien iets te goed, want een oudere broeder (zo wil hij nu eenmaal genoemd worden) zat daardoor op de tocht. Hij had er zichtbaar last van. Op een gegeven moment stond hij op om rechts van hem het middenvak in te schuiven, weg van de tocht. Hij had er nog steeds een beetje na-kou van toen het gebeurde. Achter hem zat iemand die een jasje bij zich had dat over haar rugleuning hing. Met een resoluut gebaar pakte ze het en hing het over zijn schouders. Zichtbaar blij draaide hij zich half om, dankte haar om daarna de dienst verder mee te maken met haar mantel om zich heengeslagen.

Opeens ontroerde het mij. Het deed me denken aan een lied. Ook dacht ik terug aan de kamelenopmerking van mijn buurman over geduld en humor als kamelen om een woestijn door te komen. Dat kwam door die andere twee die ik -niet eens door een naald- zopas binnen had zien komen: zien en daarnaar handelen! “Amen”, zei opeens de dominee van die morgen. Da’s lekker vlot, dacht ik. Kon ik maar zo snel bij mijn laatste zin uitkomen.

Ook al had ik de lezing en de preek dit keer niet helemaal gehoord, gelukkig had ik hem wel helemaal gezien. De kinderen kwamen weer terug, we gingen nog samen bidden, ik scande de QR-code voor de collectes en even later zong ik vrolijk mee over geloof, hoop en liefde, in wat het laatste lied was van de dienst, waarna we onder Gods zegen in vrede heen mochten gaan.

En toen koffie

Onder de koffie na afloop -die bij mij, hoe kan dat toch, altijd half op mijn schoteltje terecht komt- zag ik nog een kleine na-preek. De veter van (een andere oudere) broeder zat los, iemand zag het, knielde bij hem neer en met wat humor en geduld strikte ze hem weer vakkundig vast! Hoe kort en goed en vakkundig kunnen preken zijn. Vast en zeker is dat bij de dominee van die morgen zo geweest. Maar haar gehoor kon er ook wat van. Want dat heb ik maar mooi eens met eigen ogen mogen zien!