Blog: door de tranen heen

 

De
steen,
koud en
hartenloos,
sluit de laatste
wegen af. Hoop
verliest zich in de
onmacht; stilte daalt
over het graf. Alles lijkt
tot staan te komen. Tijd
kent nu geen toekomst meer.
In de rondgang van gevoelen
denken, keert telkens het verleden
weer. Dat verleden hangt in flarden
om je heen en fluistert steeds weer hoe
het was geweest, en al worstelend zoek
je hoe het toch zo is gegaan. In de kleinste
dingen vind je hem die je mist het allermeest.
Maar leeg worden je handen; denken stokt bij het
gemis, in het besef dat er voor wat in liefde gedeeld is
nu geen toekomst meer is. Alleen gelaten en verslagen sta
je bij de kille, harde steen. Woorden ketsen af; waarom zou
je nog spreken in je verdriet? Het is teveel, te zwaar, te duister; er
is niet dat jou nog vreugde biedt. Hoe zou die grauwe sluier over jouw
leven nog kunnen kleuren in de zon? Hoe zou je ooit nog kunnen lachen
alsof er nog iets nieuws begon? Hoe zou je nog de draad op kunnen pakken
van je geschonden leven? Hoe zou je nog je liefde aan een ander kunnen geven?
Hoe zou je die steen in je hart nog kunnen tillen, aan stukken slaan, opdat door die 
doodse brokken heen weer uitzicht op een hoopvol en waardig leven kan ontstaan?
—-Maar die steen, zo koud en hard en ruw, onbehouwen steen van aanstoot, zo op
het oog onwrikbaar op zijn plaats gezet, wordt gebroken, weggeslagen, onherroepelijk
terzij gelegd. De weg wordt vrijgemaakt, gebaand met ongekende kracht. Meer dan je
zelf ooit zou kunnen of hebt durven dromen, wordt weer toekomst aan het licht gebracht.
Licht werpt zijn tere schijnsel binnen, bode van een nieuw begin. Licht dat met de kracht
van haar stralen steen laat splijten en de duisternis verdrijft, wolk en schaduwen verjaagt.
Licht dat onverwoestbaar, onweerstaanbaar al het dode, die ene dode naar het volle leven
draagt. Heilzaam licht breekt door en baant een weg, begaanbaar voor een mensenkind die
zich door de allerdiepste moeite bij de Eeuwige geborgen vindt. Aangeraakt, gevonden
te midden van je pijn, word je in het licht geheven, word je gekend bij je diepste naam,
wordt er leven voor je uitgeschreven. Licht brengt je nieuwe levensadem, bevestigt je
de toekomst van je bestaan. Gekend, gekoesterd en gedragen, mag je zo je weg weer
gaan. Gaan op de woorden liefdevol jou toegefluisterd: ’Wees niet bang’. Ze worden
vol ontferming aan je hart gekluisterd, verweven in de vezels van je leven opdat
jij zoals je bent, moed opdoet en kracht hervindt om je leven kleur te geven.
En als bevrijd mag jij weer weten, hoe dan ook je wordt en bent nooit
vergeten. Je gaat niet alleen. ‘Ik ben’ geeft je zijn hart te kennen.
Altijd is de Aanwezige om je heen: als licht in het duister, vuur
dat door het donker vlamt, als doortocht door de harde steen,
als wenkend perspectief, een toekomst voor je uit,
als kruis door alle moeite heen.
Ik ben er voor jou.

Dominee Gertjan Robbemond