Blog: van Pasen naar Pinksteren

In een column (Lazarus.nl) schrijft theoloog Alain Verheij over het waardevolle van de tijd tussen Pasen en Pinksteren. Een begrijpelijk en goed verhaal. Maar is daarmee alles gezegd? Hoe zou het zijn als ze nu wel op één dag  vallen? Ik wil daar wat gedachten aan wijden.

Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen … dit spreekwoord wil zeggen: het zal nooit gebeuren. Het is onmogelijk. In de Van Dale wordt ‘met sint juttemis’ als synoniem genoemd.

Nu weten we heel goed dat Pasen en Pinksteren vijftig dagen uit elkaar liggen. Het woord Pinksteren is ook een afgeleide vertaling van het Griekse getal vijftig.  Het is dan ook niet vreemd om te stellen dat Pasen en Pinksteren nooit op één dag zullen vallen.

En toch . . . zou het kunnen dat het wel kan, en . . dat er ook reden is om het verrassend anders te bekijken. Zou het kunnen dat Pasen en Pinksteren toch op één dag kunnen gebeuren?

In het Johannesevangelie (hoofdstuk 20) wordt verteld over opwekkende gebeurtenissen op de eerste dag van de week. Petrus en Johannes ontdekken het lege graf. Maria ontmoet Jezus en door haar tranen heen komt er nieuw licht in haar ogen. ’s Avonds komt Jezus in het midden van de leerlingen die nog in angst gevangen zitten, en nog diezelfde avond laat Jezus zijn Geest uitgaan over zijn leerlingen.  Hij schenkt hen zijn adem om de wereld in te gaan, om daar te doen wat Hij heeft voorgedaan in vrede en gerechtigheid. Dat is voluit Pinksteren, als vlam die harten raakt en nieuw enthousiasme losmaakt.

In Handelingen 2 vertelt Lucas over Pinksteren. Een beschrijving die met de beelden van wind en vuur iets probeert te vangen wat met de leerlingen gebeurt. Er is grote verwondering en verbazing bij de mensen op straat. Je zou inderdaad kunnen denken dat de leerlingen dronken zijn.

Maar al is het dan vijftig dagen na Pasen, wat er gebeurt op die Pinkstermorgen is in wezen misschien wel Paasevangelie. Want mensen staan op, worden opgewekt, gaan er op uit om te vertellen dat zij vol zijn van God. Maar vooral verkondigen zij Pasen. Zo klinkt de toespraak van Petrus, en op die dag – zo vertelt Lucas –groeit er een hechte geloofsgemeenschap rond dit Paasnieuws.

In dit licht krijgt voor mij zo’n spreekwoord opeens een andere betekenis. Voorbij het onmogelijke. Pasen en Pinksteren roepen hartstochtelijk om elkaar en hebben alles met elkaar te maken. Ze zijn niet los verkrijgbaar, maar vallen elkaar bij en als ze samenvallen dan gaat er wat gebeuren.

Dan gaan deuren open en worden de wereld en wij in de wereld aan elkaar verbonden.

Misschien is dit wel de opwekking die we in deze tijd van corona en maatregelen nodig hebben.

Dat we niet opgeven, maar volhouden. Houd moed, heb lief. Niet loslaten maar vasthouden. Niet afhaken, maar (blijven) meedoen. Niet terugtrekken, maar elkaar blijven zoeken. Niet wegkijken, maar aanspreken. Niet onverschillig worden, maar betrokken en aandachtig. Niet naar binnen keren, maar met open ogen en open oren de ander zoeken. Niet bij de pakken neerzitten, maar opstaan met spirit en doen wat er mogelijk is. Niet in het isolement blijven, maar de kansen van verbinding inzetten. Niet alleen voor jezelf bezig, maar juist samen sterk zijn.

Misschien maakt de adem van Pinksteren ons duidelijk dat we ALLEEN SAMEN verder komen want zo worden we aan elkaar geschonken.

Gertjan Robbemond