Blog: “Zij waren buitengewoon vriendelijk voor ons”

De afgelopen week (19-26 januari) stond in het teken van de week van gebed voor de eenheid tussen kerken. Een week waarin kerken in Nederland door middel van vieringen en activiteiten zoeken waarin ze juist elkaar vinden, in plaats van benadrukken waarin ze van elkaar verschillen. Het thema van deze editie was uitgekozen door de kerken op Malta en gebaseerd op dit citaat uit Handelingen 28:2 “Zij waren buitengewoon vriendelijk voor ons.”

Het vers gaat terug naar de geschiedenis van Paulus, die onderweg naar Rome, schipbreuk leidt en met een aantal metgezellen op het strand van Malta aanspoelt. Wat daar gebeurt, mag ons bemoedigen. Paulus en zijn gevolg worden daar ontvangen door de lokale bevolking en zij doen wat iemand die aanspoelt het meest nodig heeft: warmte en eten geven. De schipbreukelingen ontmoeten gastvrijheid en barmhartigheid en dat komt uit onverwachte hoek. De inheemse mensen, die toch een beetje primitief worden neergezet, zijn daarmee een prachtige spiegel voor de lezers. In het boek Handelingen wordt deze houding juist verwacht van de eerste gemeente, zoals Lukas de gemeente aan het begin beschrijft (Hand 2:43-48).

En de reactie kan dan ook niet uitblijven. Het commentaar op deze gebeurtenis: “ze waren buitengewoon vriendelijk voor ons.” Juist in de ontmoeting in/met de vreemde kun je tot de ontdekking komen, dat je door de ander verrast wordt. Zoals je op vakantie of in andere culturen ontdekt, dat je als Nederlander soms helemaal niet zo gastvrij en vooral heel bot uit de hoek kan komen. In het contact met de ander krijgen we zicht op onszelf. Alleen daarom al is het goed om deze week als kerken met elkaar invulling te geven. Een kans ook om even te gluren bij de buren. Of om dus te ontdekken wat we met elkaar gemeen hebben.

Help hoe gaat dat hier?

Zo mocht ik in de maand januari op uitnodiging van de CAMA Parousia 
bij hen in de gemeente spreken. De uitnodiging stond al vanaf de zomer uit en toen het op zondag 19 januari zover was, merkte ik ook een zekere spanning. Door een misverstand was Hans Berkheij niet op zondag 12 januari voorgegaan, maar meegekomen naar deze dienst om met mij te spreken. Dat was al een unicum, namelijk een gezamenlijke PKN-preek. De spanning die ik voelde was niet vanwege de inhoud van mijn verhaal, maar juist vanwege het onbekende. Ineens zag ik gespiegeld hoe gasten 
in onze gemeente zich kunnen voelen. Ik mocht plaatsnemen, waar ik in de kerk wilde, zeker niet persé vooraan. Ook op het terrein van de liturgie werd ik ‘ontzorgd’. Er was een aanbiddingsteam, die de inhoud van de muziek verzorgde. De oudste van dienst was verantwoordelijk voor de ordentelijke gang van zaken, inclusief een moment van opdragen (kinderen worden niet gedoopt, maar wel gezegend). Ik zou vanzelf wel door hebben wanneer 
ik naar voren mocht komen. Staan, zitten, wanneer precies? Handen in 
de lucht als zegenend gebaar, bij de lofprijzing? Help, hoe gaat dat hier allemaal? En blijkbaar hadden zij ook een bepaalde orde van dienst, want 
de meesten wisten precies wat de bedoeling was. Maar na afloop van mijn preek en de dienst kon ik niet anders zeggen: “Ze waren buitengewoon vriendelijk voor ons.”

En later die week dezelfde conclusie in de OLG-kerk in De Meije, in de speciale oecumenische dienst met Hervormd en Katholiek Woerden samen. Overal vriendelijke mensen. Mensen die hun best deden de ander te begrijpen en ook te laten merken: welkom in ons midden. Ik hoop dat ook wij in onze kerkbanken en -diensten zo met onze gasten omgaan, zodat ook zij na afloop tegen elkaar en anderen zeggen: “Ze waren (in ieder geval) buitengewoon vriendelijk voor ons.”

Ds. Joost Schelling