Blog: “Raak mijn wonden aan”

Er bestaat een legende over de heilige Sint-Maarten, die op een zeker moment door Satan bezocht wordt. Alleen heeft Satan zich vermomd in de gedaante van Christus zelf. Sint-Maarten laat zich niet door Satan verleiden en stelt de meest ontmaskerende vraag: waar zijn je wonden?

Deze weken vieren we Pasen. Met Pasen staan we stil bij het wonder, dat het graf en de dood Jezus Christus niet hebben vastgehouden, Hij is opgewekt op de vroege paasmorgen. Zo opent God ons een nieuwe werkelijkheid voorbij lijden en dood. En wie de eerste getuigenissen in de Bijbel van de volgelingen van Jezus leest, die ontdekt, dat deze nieuwe werkelijkheid zelfs bij hen in stapjes binnenkomt. De geschiedenis van de ‘ongelovige’ Thomas (Johannes 20:24-29) is daar een goed voorbeeld van. Thomas die het pas kan bevatten als hij zelf de wonden kan zien en aanraken. En Jezus nodigt hem nadrukkelijk uit om zijn handen daarnaartoe uit te strekken. Pas dan kan Thomas werkelijk deze nieuwe werkelijkheid instappen: ‘Mijn Heer, mijn God’. Thomas is de enige die Jezus in dit evangelie zijn God noemt. In de aanraking van zijn wonden, ervaart Thomas de goddelijke aanwezigheid in zijn bestaan.  

Thomas Halik

Het is deze geschiedenis van Thomas en de legende van Sint-Maarten die de basis vormen van het prachtige theologische werk van de Tsjechische priester Tomas Halik. Inmiddels is het boek ‘Raak de wonden aan’zijn vierde in het Nederlands verschenen theologisch boek. Rond zijn eerste twee boeken (Geduld met God en De nacht van de biechtvader) organiseerde ik al eens een gesprekskring. Bijzonder aan deze kring was dat juist liberale gelovigen zich door zijn boeken geraakt wisten. En dan met name door het respect waarmee Halik spreekt over ongelovigen en twijfelaars. Halik zegt ook niet tegen atheïsten dat ze ernaast zitten, maar dat ze geduld met God moeten hebben. Zij duiden de afwezigheid en de stilte van God te snel als het bewijs dat God niet bestaat. Halik laat merken dat hij ook begrip kan opbrengen voor de afkeer die twijfelaars en ongelovigen hebben, als ze worden geconfronteerd met mensen binnen de kerk, die God op dit punt met slechte argumenten proberen overeind te houden. Halik vraagt hen geduld te houden en de mogelijkheid van zijn bestaan open te houden, zodat ook zij, die zich in een boom schuil houden, door Christus aangesproken worden.

In dit nieuwe boek werd ik geraakt door Haliks poging om ook gewonde mensen bij het evangelie te houden. Hij stelt dat er vandaag de dag veel gewonde mensen zijn. Het wonder van Pasen is dat onze wonden, maar zeker ook die van God zelf, op niemand worden geprojecteerd, zoals het populisme soms doet. De wonden worden gezien, worden erkend, en ja, worden deel van Gods zijn in deze wereld.

Pasen is daarom geen ‘happy end’, waarin alles hersteld wordt naar een oude situatie. Pasen vieren we niet zonder ook langs Goede Vrijdag te gaan. “Raak mijn wonden aan.” Wij gaan zelf het liefst aan het lijden voorbij. Op Goede vrijdag, maar zeker ook in ons eigen leven. En het uithouden met de vraag: ‘Waar is God in het lijden van de mensheid?’, daar kan menigeen zich aan vertillen. Het uithouden met de wonden van ons bestaan vraagt levenskunst. Tijd nemen om onze pijn en verdriet onder ogen te komen. Die pijn mogen we meenemen onze wederopstanding in. Want een Paasgeloof zonder ook de wonden te zien, dat is ten diepste een verleiding. Ook in onze wonden raakt God ons bestaan aan. In Zijn handen staat ook ons lijden getekend. Pasen gaat over nieuw perspectief, over geduld, over liefde en zorg, over aanraking en nabijheid van heel ons bestaan. Alleen dan wordt een opgewekt Paasbestaan ook een geheeld bestaan.   

ds. Joost Schelling