Blog: Anders gezegd…

Iemand zei me onlangs: “Ik zat in de Leidse Pieterskerk bij een uitvoering van de Mattheüs Passion van Telemann. Ineens realiseerde ik mij dat de klassieke leer van verlossing en verzoening, van Jezus die al onze zonden op zich nam om ons, om mij als mens met God te verzoenen, mij vreemd geworden is. Ik schreef het zelfs die avond op: Het landt echt niet bij me, ik kan er niets mee, het maakt niets los van emotie of van existentieel inzicht.”
Ik moet eerlijk zeggen dat ik met hem meevoelde. In mijn eerste gemeente zei een oude boer tegen me: “Ik kan rustig sterven. Christus heeft de kwitantie met zijn bloed betaald.” Eigenlijk vind ik dat huiveringwekkende woorden. Ze gaan uit van een toornende God die genoegdoening eist. Die woorden zijn ingegeven door de zondagen 4 tot 6 van de Heidelbergse Catechismus, waar de verzoening op een rationalistische, juridisch logische wijze ‘begrepen’ lijkt te worden. Maar verzoening kan niet begrepen worden en in een dogmatische formule worden gevat. Dan gaat er iets kapot. Dan wordt het ook een soort mantra, zonder inhoud.

Moeten we Goede Vrijdag dan maar opzijzetten? Zeker niet! Zonder Goede Vrijdag geen Pasen! Nee, maar het is wél cirkelen om een geheim, om iets wat niet te vatten is.
Ik herinner me nog goed dat ik op een avond aan de belijdeniscatechisanten het ‘waarom’ van het sterven van Christus probeerde uit te leggen. Het werd een ingewikkeld betoog en iedereen keek me wat wazig aan. Toen zei een meisje: “Het zal allemaal wel waar zijn, dominee, maar ik kan er niet veel mee. Weet u, – en ze pakte haar kettinkje en wees op het hangertje, een kruisje – dit kruisje heeft voor mij met vergeving te maken en dat is voor mij genoeg.” Niet zij, maar ik kreeg een catechisatielesje!

Veel meer dan het katholicisme heeft de protestantse traditie letterlijk alles willen ‘be-grijpen’. Dat heeft veel mensen vervreemd van de kerk. Gaandeweg heb ik veel meer oog gekregen voor de kruismystiek, die het onzegbare onzegbaar laat zijn. Kruiskapelletjes in het Limburgse landschap ontroeren mij altijd. Mensen weten zich in hun lijden Christus dierbaar nabij.
In de kloostergemeenschap van Taizé wordt elke vrijdag een groot kruis de kerk binnengedragen. Veel mensen, allemaal jongeren, knielen daar dan bij, raken het kruis aan. Ik ben dat prachtig en aangrijpend gaan vinden. Ik zou willen sterven met een houten kruisje in mijn handen. Lijdensmystiek!
Is elk spreken dan onmogelijk? Nee, maar het moet wel tastenderwijs, zoekend, langs de richels van de woorden. Kijkend naar een afbeelding van het kruis kom ik niet zo gauw meer tot theologische overwegingen, hoewel ik ze allemaal ken. Maar met de woorden van professor Bram van der Beek zeg ik: “Hij is één van ons en Hij is God. Hij draagt mijn leven met mijn hopeloze kluwen van schuld. Hij draagt de woede die ik in mij voel en Hij draagt mijn depressie en agressie. Hij is bij mij in het lijden, in het aangezicht van de dood. Hij is bij mij als ik oppervlakkig door het leven ga.” Dát is het. Christus biedt mij op onzegbare wijze zijn vrede aan. De gelijkenis van de verloren zoon is de mooiste Goede Vrijdag preek!

Méér dan theologen spreken schilders en dichters voor mij over Golgotha. Ik denk aan die prachtige woorden van Martinus Nijhoff.

Ze grepen hem terwijl zijn vrienden sliepen
En het verraad kuste als een vriend zijn mond.
Rumoer was in de stad, en mannen liepen
Met toortsen in de donk‘re straten rond.

Een menigte drong op het plein: ze riepen:
“Kruis Hem! Kruis Hem!”. Hij, die gebonden stond
Voor het paleis, zag in hun oogen ’t diepe
Geheim, waarvoor hem God ter wereld zond.

Dat is het. Het is alles een geheim. En – goeie genade – ik mag delen in dat geheim. Dát gaat door mij heen op Goede Vrijdag. Maar begrijpen? Nee, dat kan ik niet. Dat moeten we ook niet willen. Het is zoals dat oude lied zegt: “Leer mij uw lijden recht betrachten. In deze zee verzinken mijn gedachten.”

ds. Kees Burger