Blog: stenen en brood

Een jaar geleden zat ik aan het begin van een avond in een afdelingskeuken met een paar verpleegkundigen nog even te praten. `Heb je eigenlijk wel gegeten’, vroeg een van hen `anders maak ik even een maaltijd warm voor je, er is zoveel over.’ Terwijl ik de witlof met aardappelpuree met de bal des gehakts*[1] at, ging het gesprek over de zorg. Het waren de laatste weken voordat ons kleine ziekenhuis zou zijn overgenomen door de grote broer twintig kilometer verderop. Over de A12 kon dat 20 minuten tot vijf kwartier betekenen, al naar gelang de files. Er was verdriet om de tafel. Ik kende hen allemaal al jaren als gecommitteerde verpleegkundigen, en luisterde met schrik en begrip naar hun zorgen bij de fusie. `Ik heb tegen mijn dochter gezegd dat ze vooral geen verpleegkundige moet willen worden,’ zei de één. `Dat wilde ze altijd, ik was haar voorbeeld, maar het vak is zo veranderd, ze verkijkt zich echt.’ De anderen knikten instemmend. `Ik zou er in deze tijd ook niet meer aan beginnen’ zei een ander. `Het is allemaal over u en zonder u,’ zei een jonge verpleegkundige. `Ik ga niet mee, ik ga werken bij de buurtzorg, daar kan ik tenminste doen waarom ik verpleegkundige ben geworden: zorg aan het bed en niet achter het computerscherm.’

`Ik ga ook niet mee,’ zei een volgende. `Om mijn vroege diensten te kunnen doen moet ik een auto aanschaffen, ik heb juist gekozen voor werk dichtbij want ik heb nog drie kleine kinderen thuis. Ik ga niet mijn tijd verdoen in een auto die ik eigenlijk niet betalen kan en dan achteraan aansluiten in de file.’

Een volgende vertelde dat zij informatie had ingewonnen om zzp’er te worden. `Het heeft nadelen’ erkende ze, `maar ik heb de markt mee en ik krijg de regie over mijn leven terug.’

`Maar,’ wierp ik tegen, `kan je dan nog wel als een team werken, wie voelt zich dan verantwoordelijk voor de afdeling? Wie doet dan de zaterdagnachtdiensten? Als je je nu es hier, dan es daar laat inhuren, wat blijft er dan over van de verbondenheid met elkaar en je patiënten? Je mag meer verdienen, maar is dat het waard?’

De toekomstige zzp’er legde me geduldig uit dat het haar niet om het geld ging, maar dat het de enige manier leek om alle overbodige gedoe te omzeilen. `Zoals?’ vroeg ik. `Alle administratie, dat kunnen de managers dan lekker zelf doen,’ zei ze nijdig.

Aan dat gesprek moet ik vaak terugdenken bij alle verhalen over personeelstekort in de zorg. En bij de recente berichten over het faillissement van de ziekenhuizen. Voor een van de ziekenhuizen was het inhuren van externe krachten een nekslag. `Vanwege het personeelsgebrek – landelijk probleem, niet onze schuld hoor!’ roepen de managers om het hardst. Vanwege de omgang met de Human Resources, denk ik kwaad. Human Resources! Het menselijk kapitaal dus. Het menselijk kapitaal stemt inmiddels met de voeten, de markt ligt voor hen open. De minister struikelt over zijn tong als hij het ziekenhuis een stapel stenen noemt. Opnieuw denk ik aan die avond in de afdelingskeuken. Ik zeg het nog eens: de ondertoon was er een van verdriet. Een ziekenhuis bestaat niet uit stenen, maar doordat er mensen werken die gekozen hebben voor zorgen voor andere mensen. Ik weet wel dat de minister het bij nader inzien een ongelukkige uitdrukking vond, maar ik heb de afgelopen tien jaar nogal wat ingevlogen managers meegemaakt die vanachter hun bureau dit soort gedachten over de zorg ontwikkelden. Zij wilden ons leren denken in markttermen, in productiecijfers die gehaald moeten worden, protocollen die `leidend’ zijn en lijstjes die afgevinkt moeten worden, gebouwen die afgebroken kunnen worden. Het zijn toch maar stenen.

Er is verdriet in de zorg. En de oorzaak is dat het managerdom de verkeerde taal spreekt. Human Resources moeten gekoesterd worden, aangekeken, gewaardeerd. Maar het managerdom dat over Nederland is uitgerold spreekt maar één taal. Stenen bureautaal. Er moet meer taal bij, misschien een lied. Er zingt er een in mijn oor:

God wil aan ons telkens weer tonen

….dat Hij met ons samen wil wonen,

geeft ons de moed voor dit gebouw.

Maar niet met steen en hout alleen

is ‘t grote werk gedaan.

t Zal om onszelve gaan.

(Lied 971: 2, Liedboek 2013)

De verpleegkundigen met wie ik gewerkt heb begrepen wat dat betekent. Zij spreken hun talen.

Margriet van der Kooi

[1] bal des gehakts: zo noemde Bert Klei, ooit de man van de kerkredactie van TROUW en jarenlang `mijn’ vaste organist in het Amsterdamse ziekenhuis waar ik werkte, de Hollandse gehaktbal. Het werd een gevleugelde uitdrukking in ons gezin.