Blog – Terug naar de Bron

Afgelopen week was ik een dagje in Heiloo. Vriendinnenbezoek. We wandelden over Landgoed Willibrordus en liepen ook even rond bij het Julianaklooster. Daar bevindt zich een bedevaartsoord, Onze Lieve Vrouwe ter Nood en in dit oord bevindt zich een bron, de Runxput. Ik was daar al eerder geweest. En nu weer, terug naar de bron.

copyright: Oneindig Noord Holland

De Runxput

Van het water wordt gezegd dat het heilig is. Volgens de overlevering gaat de geschiedenis van dit heiligdom terug tot het einde van de 14e eeuw. In die tijd vond een boer een Mariabeeld op zijn land. Hij nam het mee naar huis, maar op wonderbaarlijke wijze keerde het beeld terug naar de plek waar het gevonden was. Rond diezelfde tijd raakte een schipper op zee in nood, ter hoogte van Heiloo. Hij bad tot God en hoorde boven het gebulder van de storm uit een heldere vrouwenstem die zei:  ‘Als ge mij gaat eren zal de wind gaan keren’.  Die beide verhalen kwamen bij elkaar en er werd een genadekapel gebouwd bij de bron. Door de eeuwen heen bleef die plek aantrekkingskracht houden voor pelgrims.

Als ge mij gaat eren, zal de wind gaan keren

Met Mariaverering hebben wij protestanten eigenlijk niet zo veel. Toen ik jaren geleden voor het eerst bij deze bron kwam en de tekst zag geschreven boven de poort van de voorhof die daar nu gebouwd is, kende ik het verhaal erachter niet. Ik wist niet dat het de stem van Maria was die ik had moeten horen. Ik had het onmiddellijk verstaan als de stem van God zelf. Bijna een profetenstem. Een stem vol belofte. Een intrigerende stem, met een oproep die zeker ook vragen oproept. Want tegenwind, daar kunnen we allemaal wel een keer van meepraten. Soms stormt het werkelijk in je leven. Soms verlang je er echt naar, dat de wind gaat liggen of dat je eindelijk de wind eens in de rug mag voelen. Wind mee in plaats van tegen. Wat betekent dat dan, die stem die zegt dat ‘de wind zal keren, zodra je God zal eren’?

Maar als de wind niet keert…?

Dat is dus niet zo gemakkelijk. Om te beginnen draaien we het vaak om. Als de wind bijvoorbeeld nou eens niet keert, hebben we dan God niet goed genoeg of niet voldoende geëerd? Dan kan het ons onzeker maken. Of we belasten onszelf met een ongemakkelijk schuldgevoel. Wat moeten we dan doen?  Het kan ook op een andere manier een vraag oproepen: wat als we God wel eren, maar de wind toch niet keert? Wat als je menselijkerwijs gesproken toch niet zult overleven? Dan kan het ons verdrietig maken, teleurgesteld misschien ook wel. Dan komt het er op aan, hoe blijf je dan staande in de storm? Ondanks de tegenwind?

Dan toch: terug naar de Bron…

Ik merk vaak dat mensen dan naar een andere verhouding met God toegroeien. In de stille eenzaamheid van het opboksen tegen de wind voltrekt zich soms een ander wonder. Teruggaan naar de Bron krijgt dan de grondtoon van overgave en van de vrede die alle verstand te boven gaat. En al lijkt de wind niet te keren, hij keert toch.

In de laatste dagen van het kerkelijk jaar worden we daartoe uitgenodigd. Om terug te keren naar de Bron, om rust en vrede te vinden in de overgave aan God die van begin tot aan het eind van ons leven wil zijn: ‘Ik zal er zijn voor jou’.

ds. Marianne Paas Feenstra