Blog: Een levend geloof

Ooit woonde hij in Weddesteyn, omdat hij na een hersenbloeding veel zorg nodig had. Bovendien was lang geleden een granaat op zijn voet ontploft. Hij had er een blijvende handicap aan overgehouden. Op een dag vroeg hij of hij mij zijn levensverhaal mocht vertellen.

 “Mijn eerste vrouw was ziek. Toen ik haar vader vroeg of het goed was dat we verkering hadden, antwoordde hij: “ach, waarom kijk je niet even verder?”.

Waarom zei haar vader dat tegen mij? Ik heb mij altijd afgevraagd of mijn schoonvader dat heeft gezegd, omdat hij toen al wist dat zijn dochter, mijn toekomstige vrouw, kanker had. Wilde hij mij op deze manier waarschuwen om niet met haar te trouwen? Het huwelijk ging toch door en we kregen 3 kinderen. Maar tijdens ons huwelijk was zij dus altijd ziek. Mijn werkgever gaf mij wel alle ruimte om voor haar te zorgen. Maar ik was niet gelukkig.

Trouw tot aan de dood

U moet weten, dat mijn vrouw al een relatie achter de rug had voordat zij mij leerde kennen. De vroegere vriend van mijn vrouw kwam tijdens ons huwelijk weer opduiken. Hoe ik daar achter kwam? Mijn vrouw ging op een avond naar haar nicht op bezoek, dat vond ik vreemd, want die nicht kwam altijd bij ons. Mijn vrouw ging nooit naar haar toe. Ik had er geen goed gevoel bij.

Ik ging achter mijn vrouw aan en verstopte me in de bosjes aan de overkant van ons huis en toen zag ik haar vroegere vriend aan komen rijden. Mijn vrouw stapte bij hem in de auto. Na thuiskomst van mijn vrouw, ben ik er natuurlijk over begonnen. Mijn vrouw gaf toe dat zij haar vroegere vriend weer zag. Ik vroeg haar: van wie hou jij nou eigenlijk? Zij antwoordde: van jullie allebei. Ze wilde niet kiezen.

Zo kan ik niet verder, zei ik tegen mijn vrouw, en ik gaf haar mijn ring terug. Ik was er kapot van. Maar ik ben niet van haar gescheiden. Ik ben bij haar gebleven, omdat ze ziek was. Ik heb haar tot aan haar dood verzorgd. Toen ze stierf was mijn jongste zoon 13 jaar.

Ik weet niet of zij haar vriend nog steeds zag. Hij kwam na haar overlijden wel bij ons thuis condoleren. Dat vond ik onbegrijpelijk! Hoe kon hij mij dat aandoen?”

“Een half jaar na het overlijden van mijn vrouw heb ik een vakantiereis gemaakt. In de bus heb ik mijn tweede vrouw ontmoet. Zij was weduwe. Ik had 3 kinderen en zij ook. Onze jongste kinderen waren even oud. Op de terugweg vertelde zij mij dat ze binnenkort jarig zou zijn. Ik nodigde mijzelf bij haar uit. Zo is het verder gegroeid. Na een aantal jaren gingen we samenwonen in de stad waar ik toen woonde en werkte. Haar jongste kind kwam met haar mee. Maar zij kon in die stad niet aarden. Ik had er alles voor over om haar gelukkig te maken. Ik stelde haar voor om gezamenlijk te verhuizen naar Woerden. We waren dolgelukkig en dat zijn we nog steeds. Haar oudste zoon noemt mij: pa. We gaan allemaal goed met elkaar om.

Geraakt door haar levend geloof

Hoewel ik protestants ben, ben ik vanwege mijn vrouw overgegaan naar de RK. kerk. Ik ben altijd gelovig geweest, maar ik deed er nooit veel mee. Pas door mijn tweede vrouw ben ik gaan inzien wat een levend geloof is. Ik ben geraakt door de wijze waarop zij uit het geloof leeft en daar kracht en inspiratie uit put. Zij heeft óók een zwaar leven gehad, maar zij bleef altijd op God vertrouwen. Zo wil ik ook leven: heel eenvoudig, met vertrouwen op God en anderen bijstaan als zij hulp nodig hebben, al is het nog zo weinig wat ik kan doen. Een levend geloof is zo belangrijk voor mij geworden.

Ik ben dankbaar voor het leven met mijn tweede vrouw en onze 6 kinderen. We hadden het goed samen. Helaas kreeg ik die hersenbloeding. En nu woon ik hier in Weddesteyn. Ik heb geaccepteerd dat ik nooit meer bij mijn vrouw thuis kan wonen. Weet u, ik maak er ook hier het beste van. Dat heb ik mijn hele leven al gedaan. Ook op deze plek kan ik nog een heleboel met mijn leven doen. Ik probeer in contact te komen met medebewoners en hun familie en zo wil ik anderen tot steun zijn. Mijn vrouw komt mij vaak bezoeken en daar kijk ik naar uit. Het is zoals het is, ik ben een tevreden mens. Het leven is goed zo”.

In de Woerdense Courant las ik, dat hij is overleden. Ik ben er even stil van. Een aantal jaren geleden is hij vanuit Weddesteyn verhuisd naar een ander verpleeghuis.

Daar woonde hij weer dicht bij zijn vrouw. Vergeten ben ik hem nooit, deze bijzondere mens met zijn levend geloof.

Jantina Colenbrander,
geestelijk verzorger in Weddesteyn en ’t Oude Landt