Tien gebaren woorden op weg naar Pinksteren

Begin april was ik in Leiden. Daar draaide de film: ‘Doof kind’, gemaakt door Alex de Ronde. In deze film portretteert Alex het leven van zijn dove zoon Tobias. Toen ik -net op tijd- binnen kwam zat de zaal al bijna vol. In de zaal hing een voor horende mensen vreemd aandoende stilte. Even dacht ik: ‘de film zal toch nog niet begonnen zijn’ maar vrijwel meteen zag ik het waarom van de stilte. Het geluid van gesproken taal was niet of nauwelijks aanwezig. Tegelijk was de filmzaal meer dan vol van taal, de taal van de gebaren. Blijkbaar waren er heel wat dove kijkers op de film afgekomen.

Ik keek even rond, op zoek naar de dove leden van de Bijbelgesprekskring uit Katwijk. Want met hen zou ik die avond naar de film gaan. Ik zag ze vrijwel direct zitten. ‘Waarom ik zo laat was’, gebaarde de één. De ander vulde aan: ‘je moest zeker nog afwassen!’ Ik stond precies voor het scherm. Veel ogen keken mij nieuwsgierig aan. Mijn gebaren-antwoord op de vraag ‘waarom ik zo laat was’ zou iedereen kunnen zien. Maar ik liet me niet kennen. Ik antwoordde maar met de gebaren voor ‘ja, ik moest nog afwassen.’ Mijn antwoord zag ik vliegensvlug door de rijen gaan. Her en der werden duimen opgestoken en zag ik veel lachende gezichten.

Ik vond de film indrukwekkend. Filmpjes die vader Alex vroeger van Tobias en de rest van het gezin had gemaakt kwamen voorbij. De manier ook waarop de taal van de gebaren helemaal bij de gezinstaal hoorde. Dat afgewisseld met stukjes interview met Tobias zoals hij nu is en inkijkjes in zijn dagelijks leven. Zo zag ik de kleine Tobias die op allerlei manieren geholpen werd om zich een beetje in gesproken taal te leren uiten. Iets waar hij zich soms zichtbaar ongemakkelijk bij voelde. Maar ik zag hem ook volop gelukkig en helemaal zichzelf terwijl hij optrok met jongens en meisjes waarmee hij de taal van de gebaren deelde. En er waren beelden van de grote Tobias die vol zelfvertrouwen als leraar Nederlandse Gebarentaal horende mensen de taal van de gebaren bij probeerde te brengen.

Ik voelde de spanning die er ligt. Aan de ene kant leven wij in een wereld vol geluid … geluid dat door meer dan 90 procent van de mensen wordt gebruikt om met elkaar te communiceren. En daarom een ongeschreven norm is voor wat ‘normale’ communicatie heet te zijn. Norm in het onderwijs, norm ook voor de manier waarop wij als kerk elkaar het evangelie aanreiken en noem verder maar op. Aan de andere kant zijn er ook mensen zoals Tobias die geluid dus niet (optimaal) kunnen gebruiken om met anderen te communiceren, maar tegelijk wel degelijk optimaal kunnen communiceren via hun visuele taal. Ik dacht: wat zou het mooi zijn als de taal van de gebaren op de basisschool een heel gewoon vak zou zijn. Wat zou er dan een wereld van nieuwe communicatiemogelijkheden open kunnen gaan tussen doven en horenden. Ook bij ons in de kerk.

Wat let ons eigenlijk om -op weg naar Pinksteren- alvast de volgende tien gebarenwoorden uit de taal van de doven te leren om in de eigen taal van een doof iemand haar/hem te kunnen begroeten: ‘goedemorgen, hartelijk welkom, wat fijn dat ook jij er bent!’ 

Frans van Dijke, landelijk dovenpastor PKN

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *