De weg van het geloof gaan

Vanmorgen zat ik in de kerk. Eén van de prachtigste verhalen uit het Nieuwe Testament werd gelezen. Over de weg naar Emmaüs. Je zou ook kunnen zeggen: over de weg waarlangs een mens tot geloof komt.

Het verhaal vertelt dat er twee leerlingen onderweg zijn naar Emmaüs, nog helemaal ondersteboven van de schokkende gebeurtenissen in Jeruzalem. Ze zijn met elkaar in gesprek, maar ze komen er niet goed uit. Ze weten niet wat ze denken moeten, ze weten niet wat ze geloven moeten. Er voegt zich iemand bij hen, loopt met hen op. Hij sluit aan bij waar zij zijn. Wat houdt jullie zo bezig? Door te luisteren en met hen mee te bewegen worden langzamerhand hun harten en ogen geopend.

Binnenin

Aan het einde van de dienst ging de deur open en kwamen de tieners terug uit hun eigen tienerkerk. Niet twee jonge mensen onderweg, maar wel twintig! Zouden ze het vanmorgen hebben ervaren? Dat ze onderweg waren? Hebben zij ruimte gehad om hun vragen en twijfels uit te spreken? Was er iemand geweest die hen verder had geholpen? Als ik ze zo zie binnenlopen, kan ik het er niet van af zien. En dat hoeft ook niet. Je moet groei niet willen dwingen. Of, zoals juf Ank zegt: “Als je wil dat je kind groeit, moet je er niet bovenop gaan zitten”. Een kind dat toegroeit naar volwassenheid heeft rust en ruimte nodig om – soms in zichzelf gekeerd – de ontwikkeling te maken naar het eigen ‘imago’. Imago – dat is de naam voor de vlinder die uit de pop tevoorschijn is gekomen. Wat er binnenin die pop gebeurt, dat zie je er aan de buitenkant niet aan af. Ik zeg het wel vaker: ‘Wij weten niet welke weg God met een mens gaat…’.

Ruimte scheppen

Wat ik wel zie is het belang van het scheppen van een veilige plek waar jonge mensen kunnen groeien. Ook in geloof. En dus is het goed dat er plekken zijn waar kinderen, jongeren onder elkaar zijn. Waar ook volwassenen bij betrokken zijn die daadwerkelijk open zijn, die oprecht kunnen luisteren en zich willen laten uitdagen door de vragen van jongeren. Die niet bang zijn om met hun eigen geloofsverhaal op de proppen te komen als daar om gevraagd wordt.

Concreet ruimte maken dus. Letterlijk en figuurlijk. Met een gebouw dat volwaardig ruimte kan bieden aan alle generaties. En als het nodig is, dan investeren we daarin, om groeien in geloof alle ruimte te geven. Met mensen die met hart en ziel ruimte scheppen voor elkaar, voor jong en oud.

In verbondenheid

Meer en meer kom ik tot het besef: wat het ook is dat we organiseren met en voor onze kinderen en jongeren, laten we dat altijd blijven doen in verbinding met de gehele geloofsgemeenschap. We moeten ze niet – goedbedoeld – losweken van ‘de kerk’ door ze voortdurend apart te zetten. Buiten het gezichtsveld te houden. Dat vraagt van volwassen gelovigen ook een besef dat overal waar twee of drie samen zijn om geloof te delen – dat daar de kerk is. Schamperen over ‘de kerk’ is daar niet op z’n plaats. Als we dan daadwerkelijk broers en zussen van elkaar zijn, dan hebben we heel wat oude(re) broers en zussen, maar er zijn ook jongere broertjes en zusjes.

En samen gaan we de weg van het geloof.

Veel zegen onderweg,

Marianne Paas Feenstra

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *